Impact voor patiënt
Secundaire immuundeficiëntie (SID) heeft een substantiële klinische en persoonlijke impact op patiënten, met name door een sterk verhoogde vatbaarheid voor infecties. Patiënten met SID ervaren frequent recidiverende en vaak ernstig verlopende infecties, die kunnen leiden tot ziekenhuisopnames, langdurig antibioticagebruik en cumulatieve orgaanschade. ¹˒³
Bij patiënten met hematologische maligniteiten, zoals chronische lymfatische leukemie (CLL) en multipel myeloom (MM), is de impact bijzonder groot. Tot vier op de vijf patiënten krijgt te maken met infecties als gevolg van de onderliggende ziekte en/of de antikankerbehandeling. ⁶˒⁷ Deze infecties zijn niet alleen een belangrijke oorzaak van morbiditeit, maar vormen ook een directe bedreiging voor de continuïteit en effectiviteit van de oncologische behandeling. ⁸–¹⁰
Infecties bij patiënten met SID leiden regelmatig tot dosisreducties, behandelonderbrekingen of voortijdige stopzetting van therapie, bijvoorbeeld bij behandeling met doelgerichte middelen of immuunmodulerende therapieën. ¹¹–¹⁴ Dergelijke onderbrekingen zijn geassocieerd met verkorte event‑free survival, progressievrije overleving en algehele overleving, wat de prognose van de patiënt negatief beïnvloedt. ¹¹–¹³
Daarnaast is aangetoond dat patiënten met ernstige of hooggradige infecties een significant kortere overleving hebben dan patiënten zonder infectieuze complicaties. ⁹˒¹⁰ De impact is extra uitgesproken bij oudere patiënten; patiënten met multipel myeloom van 75 jaar en ouder hebben een verhoogd infectierisico en een grotere kans op infectie gerelateerde complicaties. ¹⁵
Naast de klinische gevolgen heeft SID ook een duidelijke impact op de kwaliteit van leven van patiënten. Terugkerende infecties gaan gepaard met vermoeidheid, functionele beperkingen, angst voor nieuwe infecties en een verhoogde zorgconsumptie. Dit alles benadrukt dat SID niet uitsluitend een immunologisch probleem is, maar een aandoening met brede fysieke, psychosociale en behandel technische consequenties voor de patiënt. ¹˒¹⁶