Diagnose & herkenning SID

De diagnose van secundaire immuundeficiëntie (SID) is in de klinische praktijk vaak complex en vertraagd, ondanks de hoge prevalentie van de aandoening. SID kent een heterogene klinische presentatie en ontwikkelt zich veelal geleidelijk, waardoor duidelijke alarmsignalen in een vroeg stadium kunnen ontbreken. ¹˒³

In de meeste gevallen wordt SID herkend op basis van het optreden van recidiverende, ongebruikelijk ernstige of slecht behandelbare infecties. ¹˒¹⁷ Deze infecties kunnen verschillende orgaansystemen betreffen en variëren in ernst en frequentie. Omdat infecties bij patiënten met onderliggende aandoeningen of intensieve behandelingen vaak als “verwacht” worden beschouwd, wordt de onderliggende immuundeficiëntie regelmatig niet onderkend. ³˒⁶

Bij patiënten met hematologische maligniteiten is het herkennen van SID extra uitdagend. Zowel de maligniteit zelf als de gebruikte therapieën (zoals chemotherapie, immunotherapie en doelgerichte behandelingen) dragen bij aan immuundisfunctie. ⁴˒⁶ Hierdoor kunnen infecties ten onrechte uitsluitend worden toegeschreven aan behandelingstoxiciteit, terwijl er sprake is van een onderliggend en persisterend immunologisch tekort. ⁶˒⁷

Laboratoriumdiagnostiek speelt een belangrijke rol bij het vaststellen van SID, waarbij met name verlaagde immunoglobulinespiegels (IgG) richtinggevend zijn bij verdenking op secundaire antistofdeficiëntie. ⁴˒¹⁶ Het ontbreken van structurele screening en monitoring van risicopatiënten draagt echter bij aan onderdiagnostiek en vertraagde interventie. ³

Vroege herkenning en tijdige diagnostiek zijn van essentieel belang, aangezien onbehandelde SID kan leiden tot herhaalde infecties, cumulatieve orgaanschade en levensbedreigende complicaties. ¹˒¹⁶ Bovendien kan een tijdige diagnose ruimte bieden voor gerichte preventieve en therapeutische maatregelen, en in sommige gevallen zelfs voor herstel van de immuunfunctie wanneer de onderliggende oorzaak wordt aangepakt. ⁴˒⁵

Deze inzichten benadrukken het belang van bewustwording bij zorgverleners, vooral bij patiënten met een verhoogd risico op SID, en van een proactieve benadering waarbij infecties niet alleen als complicatie, maar ook als mogelijk signaal van onderliggende immuundeficiëntie worden beschouwd. ³˒¹⁶

Referenties 

  1. Chinen J, Shearer WT. Secondary immunodeficiencies, including HIV infection. J Allergy Clin Immunol. 2008;121(2): S388–392.
  2. Dhalla F, Misbah SA. Secondary antibody deficiencies. Curr Opin Allergy Clin Immunol. 2015;15(6):505–513.
  3. Patel SY, et al. Prevalence and burden of secondary immunodeficiency. Front Immunol. 2019; 10:33.
  4. Ballow M, et al. Secondary immunodeficiency disorders. Front Immunol. 2022; 13:928062.
  5. Bonet CM, et al. Reversibility and management of secondary immunodeficiency. Expert Rev Clin Immunol. 2020;16(9):911–921.
  6. Reiser M, et al. Infectious complications in hematological malignancies. Eur J Haematol. 2017; 99:169–177.
  7. Nosari A. Infectious risk in hematologic malignancies. Mediterr J Hematol Infect Dis. 2012;4: e2012070.
  8. Crassini KR, et al. Infections and survival in chronic lymphocytic leukemia. Haematologica. 2018;103: e329.
  9. Bringhen S, et al. Infection-related morbidity in multiple myeloma. Haematologica. 2013; 98:980–987.
  10. Djebbari F, et al. Impact of severe infections on survival in multiple myeloma. Haematologica. 2020;105: e474–479.
  11. Mato AR, et al. Treatment discontinuation due to infection in CLL. Haematologica. 2018;103(5):874–879.
  12. Parikh SA, et al. Survival outcomes following ibrutinib interruption. Cancer Med. 2020; 9:3390–3399.
  13. Hardy-Abeloos C, et al. Event-free survival following treatment interruption in CLL. J Hematol Oncol. 2020; 13:66.
  14. Ying L, et al. Risk of infection with lenalidomide in multiple myeloma. Oncotarget. 2017; 8:46593–46600.
  15. Rodon P, et al. Age-related infection risk in multiple myeloma. Eur J Haematol. 2001; 66:11–17.
  16. Srivastava S, Wood P. Diagnosis and management of secondary immunodeficiency. Clin Med (Lond). 2016; 16:571–576.
  17. Jolles S, et al. Clinical presentation of antibody deficiency. Clin Exp Immunol. 2017; 188:333–341.
  18. Balmaceda N, et al. Timing of infection risk in CLL and MM. BMC Cancer. 2021; 21:730.
  19. Stephens DM, Byrd JC. Infectious complications of novel agents. Blood. 2019; 133:1298–1307.
  20. Blimark C, et al. Early infections after diagnosis of multiple myeloma. Haematologica. 2015;100(1):107–113.
  21. Terpos E, et al. Management of infections in multiple myeloma. Haematologica. 2015; 100:1254–1266.
  22. Jolles S, et al. Immunoglobulin replacement therapy in secondary immunodeficiency. Blood Rev. 2023; 58:101020.
  23. Giralt S, et al. Supportive care in hematological malignancies. Clin Lymphoma Myeloma Leuk. 2023; 23:719–732.
  24. International Patient Organisation for Primary Immunodeficiencies (IPOPI). Immunoglobulin replacement therapy – one size does not fit all. 2016.
  25. Wasserman RL, et al. Immunoglobulin therapy: routes and dosing considerations. J Clin Immunol. 2016; 36:571–582.